← Terug naar alle artikels

Wederopbouwreserve opgenomen in regeerakkoord !

Wederopbouwreserve geeft structureel gezonde bedrijven een ‘boost’

Het nieuwe regeerakkoord valideert de invoering van een ‘wederopbouwreserve’, zoals voorzien in het wetsvoorstel  dat we met de liberale fractie in juli indienden (en inmiddels mede-ondertekend door CD&V collega Mathei ) (https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1412/55K1412001.pdf en amendement https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1412/55K1412002.pdf )

Dit wetsvoorstel werd reeds in commissie Financiën goedgekeurd, maar werd juist voor het zomerreces op vraag van de PS ‘on hold’ gezet. Deze ondernemersvriendelijke maatregel zal dus nu – in overleg met de Minister van Financiën – definitief ingevoerd worden.

Bedrijven krijgen de mogelijkheid om op een fiscaal vriendelijke manier het eigen vermogen te herstellen. Een deel van de winst die ze maken in 2021, 2022 en 2023 wordt  vrijgesteld van vennootschapsbelasting voor zover deze winst in het bedrijf blijft. De omvang van de winst die in aanmerking komt voor de fiscale vrijstelling is maximaal gelijk aan de verliezen die in 2020, 2021 of 2022 geleden worden, en met een maximum van 20 miljoen euro.

Voorwaarde is wel dat 85% van de tewerkstelling verzekerd blijft, zoniet wordt de vrijstelling pro-rata verminderd.

Het is de bedoeling structureel gezonde bedrijven een boost te geven om te gaan voor een snelle doorstart.

Een budgettaire impact zal zich tijdens de volgende jaren voelen (en is begrotingstabel opgenomen), maar is op termijn belastingneutraal, zoals ook de Inspectie Financïen inmiddels bevestigde. De belastingsvrije reserves vervallen bij dividenduitkering, kapitaalsvermindering of liquidatie. Gezien de huidige quasi- nulrente waaraan de overheid geld leent, is de uiteindelijke (intrest) kost van deze maatregel voor de overheid dan ook verwaarloosbaar.

Het ‘terugverdieneffect’ voor de overheidsfinanciën door een ‘boost’ van een sneller economische herstel inclusief het vermijden van stopzetting van activiteiten of faillisement is complex te berekenen, maar ligt volgens eigen berekening in de grootteorde van 200 miljoen euro. Dit bedrag is niet opgenomen in de begrotingstabel van de nieuwe regering.

Het regeerakkoord luidt als volgt :

In 2020 en 2021 is het cruciaal dat de solvabiliteit en liquiditeit van de bedrijven verder wordt versterkt. Zo zullen ze de mogelijkheid hebben om voor de belastbare tijdperken die verbonden zijn aan de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024 een deel van hun winst vrij te stellen door deze winst te boeken op een vrijgestelde wederopbouwreserve, waarbij de voorwaarden van huidig ingediende wet worden geïntegreerd. De Wederopbouwreserve heeft als doel de door de Corona-crisis aangetaste solvabiliteit van onze ondernemingen te versterken.

De maatregel laat aan vennootschappen toe om gedurende drie belastbare tijdperken een “wederopbouwreserve” aan te leggen op het einde van het boekjaar met betrekking tot de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024.

Deze wederopbouwreserve laat zo toe om toekomstige winsten fiscaal voordelig in de vennootschap te houden, op voorwaarde dat het eigen vermogen en het tewerkstellingspeil worden behouden. Deze maatregel kent dus een belangrijk stimulerend effect op het herstel van de solvabiliteit omdat ze vennootschappen toelaat zo snel als mogelijk terug over een gelijkwaardig eigen vermogen te beschikken zoals dat het geval was voor het COVID-19 tijdperk.

Belangrijke voorwaarden zijn :

− een tewerkstellingsvoorwaarde: er is een directe link met het personeelsbestand en dus de tewerkstelling, waardoor de maatregel onrechtstreeks ook de tewerkstelling stimuleert en minstens op peil houdt. Zo zal, indien de loonmassa van het bedrijf teveel zou dalen, er proportioneel geknibbeld worden aan het verleende fiscale voordeel;

− Vennootschappen die rechtstreekse deelnemingen aanhouden in belastingparadijzen of die betalingen verrichten die niet economisch of financieel verantwoord kunnen worden, worden uitgesloten;

− De Wederopbouwreserve is belastbaar op het moment dat er een kapitaalsvermindering, dividenduitkering of liquidatie gebeurt. Op die manier voorziet de maatregel in een evenwicht tussen fiscale steun enerzijds en rechtvaardigheid anderzijds.’