fbpx

← Terug naar alle artikels

Wij zijn wereldkampioen budgettair uitstelgedrag

Tussenkomst in de Kamer ter gelegenheid van de budgettaire toestand op 24 oktober 2019

Het is vandaag 24 oktober. Exact negentig jaar geleden was het zwarte zondag, de crash op de beurs van New York als voorbode van de grote depressie. Ik wil niet aan doemdenken doen, ik wil enkel duidelijk stellen dat wij niet mogen vergeten dat er economische cycli bestaan. Les cycles économiques existent.

Le cycle actuel s’annonce en baisse.

Wij weten het allemaal: brexit, handelsoorlogen, algemene sentimenten. Het moet niet allemaal slecht aflopen, maar de onzekerheid die weegt op al die thema’s, beïnvloedt het economisch klimaat en verplicht ons om niet, zoals zo vaak in het verleden, met optimistische prognoses te trachten de begroting in evenwicht te krijgen. …

De stembusslag van 26 mei ligt nu vijf maanden achter ons, maar er is nog altijd geen begin van een echte regeringsvorming. De twee grootste partijen aan beide zijden van de taalgrens zijn nog steeds het postelectoraal trauma aan het verwerken en moeten erop letten dat zij hun energie niet aanwenden om zich te fixeren op de extremen die hun stemmen hebben weggenomen. Wij dachten dat er een stap vooruit was gezet, maar sinds een week hebben wij de indruk dat het om een processie van Echternach gaat. We dachten dat het vooruitging, maar nu lijkt het weer dat we nergens staan. Om de beeldspraak van de twee gewezen informateurs te gebruiken: de twee paarden die naar het water geleid zouden moeten worden, kijken elkaar nu wel eens diep in de ogen, maar blijven toch nog altijd liever apart elk in de eigen wei staan grazen.

Dat bestuurlijk catenaccio, een term uit de voetbalwereld die duidt op verdedigend spelen waarbij de ploegen niet kunnen of niet willen scoren omdat zij vooral schrik hebben, is misschien interessant voor de Wetstraatjournalisten, maar voor de man in de straat staat het gelijk met bestuurlijke onverantwoordelijkheid. In die context zitten wij hier; de laatste tranche van de voorlopige, thans de definitieve, twaalfden ligt nu ter stemming voor.

In vergelijking met de oorspronkelijke begroting, ingediend voor 2019, maar niet goedgekeurd door de val van de regering, ligt het totaal van de voorlopige twaalfden 1,7 miljard hoger in vereffening. U moet weten dat het vanwege de sociale zekerheid op 1,9 miljard uitkomt, terwijl de werkingskredieten uiteindelijk lager waren.

Achter die technische begroting schuilt een pijnlijke realiteit. Des te langer de politieke impasse duurt, des te groter wordt het gevaar voor verdere budgettaire ontsporingen.

Le plan budgétaire de la Belgique que le gouvernement a introduit auprès de l’Union européenne en est une preuve.

De begroting bevat natuurlijk, enerzijds, de federale begroting maar, anderzijds, ook de begroting van de Gemeenschappen en Gewesten. De sprekers voor mij hebben al aangegeven dat de Europese Commissie ons daarover een reprimande heeft gegeven. Ditmaal is het een Franse begrotingscommissaris. De volgende keer zal het een Griekse begrotingscommissaris zijn. Ik hoop dat hij ons niet als het Griekenland aan de Noordzee zal betitelen. Vice-eerste minister Alexander De Croo heeft terecht gesproken van een wake-upcall. Ik hoop dat ook de verschillende uiteenzettingen vandaag voor ons allen een wake-upcall zijn.

De techniciteit van de nota die door de minister van Begroting werd opgesteld en die in feite een pro-formabegroting is, doet mij denken aan mijn tijd op de universiteit. Ik herinner mij goed dat studenten bij het examen een bijna blanco blad of een onvolledig blad indienden, gewoon maar om formeel in orde te zijn voor de tweede zittijd. Laten wij eerlijk zijn, wij moeten naar een tweede zittijd. De federale regering heeft voor entiteit I voortgeborduurd op de voorlopige twaalfden van 2019. Voor entiteit II, zijnde de Gemeenschappen en Gewesten, was dat, wanneer u de tekst leest, vooral nattevingerwerk op basis van weinig coherente en weinig transparante gegevens van de Gemeenschappen en Gewesten. Dat is een probleem waarvan wij ons collectief bewust moeten zijn. Wij kunnen onze staatshuishouding enkel in orde krijgen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt en iedereen de bereidheid heeft om samen te werken.

Wij zijn effectief wereldkampioen in budgettair uitstelgedrag. De ambitie om over een aantal jaar eindelijk de begroting in evenwicht te hebben, doet toch een beetje denken aan onze jaarlijkse ambitie het Eurosongfestival te winnen. Maar het is 40 jaar geleden dat dat gewonnen werd door een jong Waals meisje.

Verschillende sprekers hebben het terecht in de verf gezet dat wij op lange termijn moeten durven te denken. Wij moeten afstappen van wat ik consumptiedemocratie noem. Wij beloven de kiezers zaken die zij graag horen, terwijl wij weten dat wij die beloften niet kunnen houden of dat wij de rekening zullen doorschuiven naar hun kinderen. Het is al gezegd, iedereen meent dat de vergrijzingkosten, de kosten van pensioenen en van de ziekteverzekering, door iemand anders betaald zullen worden, maar uiteindelijk zijn wij het, die ze collectief betalen.

De huidige bijzondere financieringswet responsabiliseert inderdaad de verschillende entiteiten onvoldoende tot samenwerking en tot budgettaire zindelijkheid. De hete aardappel wordt naar entiteit 1, de federale overheid, doorgeschoven. Die krijgt 55 % van het budget en moet zogezegd 85 % van de inspanning leveren. Voor de derde maal in twaalf jaar ligt het federale niveau plat. Het zou nuttig zijn eens de rekening te maken van wat wij met die honderden verloren dagen zonder echte begroting en zonder echte regering hadden kunnen doen voor een gestage en grondige sanering.

Tegelijkertijd vraag ik me hier hardop af of men niet ernstig moet overwegen om het begrip lopende zaken bij een langdurige crisis beter of anders te definiëren. Collega’s, het is duidelijk dat lopende zaken geen wettelijk begrip is en dat het ook geen wettelijke verplichtingen inhoudt. Het is een circulaire van de Wetstraat om voorzichtig te handelen, omdat er waarschijnlijk een nieuwe regering komt of omdat men geen meerderheid heeft in het Parlement.

Zoals gezegd, wij kunnen leren van andere landen. Nederland behoort nu tot de besten van de klas, terwijl het er na de financiële crisis in 2008 slechter voorstond dan wij, met een groter begrotingstekort. In de commissie hebben collega’s gezegd dat er politieke keuzes moeten worden gemaakt. De wil om tot een evenwicht in de begroting te komen, werd daar gedragen door regeringen die zowel centrumlinks, centrumrechts als rechts waren.

In de voorliggende noodbegroting staat er een deficit voor Entiteit I, de federale overheid, van 1,8 % ten opzichte van 1,5 %. Ik doe een oproep aan de regering en desgevallend het Parlement om er ten minste voor te zorgen dat de verdere verslechtering van 1,5 % naar 1,8 % niet bewaarheid wordt. Ik vind dat het minimum minimorum. Zo niet zou de indruk gewekt worden dat de regering in lopende zaken er een in weglopende zaken is, ondanks een weggelopen partij.

Wij moeten de uitdaging onverwijld aangaan. Ik roep mijn collega’s uit de commissie voor Financiën dan ook op om samen te zoeken naar maatregelen die langdurig gerechtvaardigd zijn, zonder dat we onaanvaardbare politieke keuzes moeten maken. Er is nog veel werk om de Staat efficiënter te maken.

Onze fractie zal de laatste tranche van de voorlopige kredieten goedkeuren, maar ze doet met aandrang een oproep aan de grote politieke formaties om onverwijld aan de slag te gaan, een stabiele regering te vormen en het land budgettair verder gezond te maken. Dat vergt moed en langetermijndenken. Men mag zich niet verschuilen achter het begrip lopende zaken en moet met een begroting komen, hoe men die ook noemt. De man in de straat zou dat anders niet begrijpen en de komende generaties mogen dat ook niet aanvaarden.

Ik rond af met een positieve noot. Samen kunnen we voor oplossingen zorgen.