fbpx

← Terug naar alle artikels

Nood aan frisse en onafhankelijke kijk op onze begrotingsdiscipline

Tussenkomst commissie Financiën en Begroting 17/09/2019.

Ik heb enkele weken geleden een pleidooi gelanceerd om in de huidige politieke toestand een hearing te organiseren over de perspectieven die wenken voor onze overheidsfinanciën. Ik licht dat verzoek graag even toen.

Het nieuwe verslag van het monitoringcomité bevestigt voor mij een ongemakkelijke waarheid. Onze begroting staat er slecht voor en maanden wachten om bij te sturen is er niet. De ontsporing van de begroting voltrekt zich live terwijl we er naar staan te kijken. Ik hoop evenwel dat met het vallen der bladeren een werkbare regering met volle bevoegdheden mogelijk in het verschiet ligt. Dat is een begin, maar ook niet meer dan dat. De situatie is bijzonder ernstig.

De naakte cijfers zeggen genoeg. Ons structureel tekort is in 2019 4 miljard groter dan we hebben afgesproken met Europa. Volgens het stabiliteitsprogramma zouden we voor 2020 8 miljard moeten besparen. In de sociale zekerheid stijgt het tekort tegen 2024 ook met 8 miljard euro. Zo groeit tegen 2024 groeit het structureel saldo bij ongewijzigd beleid aan tot 13,3 miljard.

In een federale staat moet elk niveau zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik lees in dat verband dat het Waalse gewest pas tegen het einde van de komende legislatuur een evenwicht wil bereiken. Ik kijk in dat perspectief ook uit naar de plannen van Vlaanderen. Ik stel vast dat de armlastige federale overheid en sociale zekerheid, samen entiteit 1 genoemd, in de komende legislatuur 85% van de saneringsinspanningen zal moeten leveren, terwijl ze maar voor ongeveer 55% van de totale overheidsuitgaven verantwoordelijk is. De federale overheid int onder andere de personenbelasting en de BTW maar stort nadien automatisch door naar de deelstaten. Niet moeilijk dus dat de federale badkuip stilaan leeg is gelopen. 

Betekent dit dan dat een sanering die ons te wachten staat uitmondt in een kaalslag van de sociale zekerheid? Het riskeert hierop op uit te draaien.


Wat is namelijk de reële waarde van het samenwerkingsakkoord dat de federale staat en de andere entiteiten in 2013 met betrekking tot de uitvoering van het Europese stabiliteitspact hebben gesloten? De gemeenschappen en gewesten hebben beloofd de begrotingsinspanning samen te verdelen met het federale niveau: Artikel 2 §4 stelt:  “Over de algemene begrotingsdoelstelling van de overheden wordt vooraf overlegd in het Overlegcomité . De akkoord-sluitende partijen verbinden zich ertoe een maximale inspanning te leveren om tot een consensus te komen.” De bittere realiteit is dat het overleg over een algemene begrotingsdoelstelling onbestaande is. Hoe kan men dan spreken over een maximale inspanning om tot consensus te komen? en dat die maximale inspanning dus dode letter is gebleven. Zo gaan we er dus niet komen. Hoe het wél kan zou ik graag van experten vernemen.

Dat betekent natuurlijk niet dat de federale overheid en de sociale zekerheid vrijgesteld moet zijn van saneringsinspanningen. Iedereen moet naargelang draagkracht bijdragen.  Wat is bijvoorbeeld er in het kader van de niet afgewerkte redesign van de federale overheid te recupereren van quick wins, in afwachting van een hopelijkgrondigere oefening in de nieuwe legislatuur? Hoe kunnen we in dit strakke budgettaire kader toch een opening maken om een shift te maken richting meer overheidsinvesteringen in infrastructuur? Ik verneem het graag.

Ik heb hier een aantal elementen opgesomd die het nut en de noodzaak van de hearing van een aantal experten bewijzen. Sinds december zit dit land in lopende zaken. Dit nieuw parlement heeft tegenover de burgers de verplichting om in afwachting van een werkbare meerderheid de pistes te onderzoeken die de gezondmaking van onze overheidsfinanciën kunnen  vooruit helpen. Het biedt ons de kans om – als er ruimte mogelijk is voor een matuur debat –  voortschrijdend inzicht te laten doorsijpelen in de hopelijk spoedige federale regeringsvorming.

Ik pleit derhalve om een aantal professoren en buitenlandse experten uit te nodigen om ons te helpen de nodige structurele hervormingen door te voeren. We hebben nood aan een onafhankelijke en frisse kijk op situatie. In dat kader heb ik aan de voorzitter van de commissie reeds een aantal namen overgemaakt. Kader en timing moet ten gepasten tijde vastgelegd worden.